Eiser heeft op 19 juli 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag, die op 17 november 2021 was ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden was verstreken zonder dat verweerder een besluit had genomen. Eiser stelde verweerder op 4 juli 2022 rechtsgeldig in gebreke en verzocht de rechtbank om een dwangsom op te leggen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. Gelet op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, wordt verweerder opgedragen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor elke dag dat verweerder in gebreke blijft.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.