Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
binnen zestien wekenna de dag van verzending van deze uitspraak;
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben een asielaanvraag ingediend die op 23 juni 2021 door de staatssecretaris werd afgewezen. Na een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) op 10 februari 2022, waarin werd bepaald dat de staatssecretaris opnieuw moest beslissen, heeft verweerder nagelaten binnen de wettelijke termijn een nieuw besluit te nemen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder ondanks een ingebrekestelling van eisers op 19 augustus 2022 niet binnen de vereiste termijn heeft beslist. De rechtbank bepaalt daarom dat verweerder binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit moet nemen, waarbij eerst een gehoor moet plaatsvinden.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van proceskosten van €418,50 aan eisers, vanwege de gemaakte kosten voor juridische bijstand.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier W. van Brakel op 27 maart 2023. Eisers kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de ABRvS.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een dwangsom op en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten.