ECLI:NL:RBDHA:2023:9803
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoekster is op 12 september 2022 in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op haar aanvraag. Nadat verzoekster het beroep had ingesteld, nam verweerder op 6 januari 2023 alsnog een beslissing. Hierop trok verzoekster het beroep in en verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen tot vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster recht heeft op proceskostenvergoeding omdat de beslistermijn is overschreden. Omdat verzoekster een professionele juridische hulpverlener inschakelde, geldt een vast bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Vanwege de beperkte aard van de procedure wordt dit bedrag met een wegingsfactor van 0,5 verminderd.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €418,50 aan verzoekster. Er zijn geen overige kosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier W. van Brakel op 15 mei 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan verzoekster wegens overschrijding van de beslistermijn.