ECLI:NL:RBDHA:2023:9828
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De rechtbank Den Haag heeft op 26 juni 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit op de Dublinverordening, die bepaalt dat de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielaanvraag deze moet behandelen, in dit geval Oostenrijk.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast omdat hij meer dan tweeëneenhalf jaar geleden Oostenrijk heeft verlaten en hij daardoor problemen zal ondervinden bij terugkeer, mede vanwege pushbacks die in rapporten werden genoemd. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Oostenrijk zijn verplichtingen niet nakomt of dat hij daar geen opvang zal krijgen. Het fictieve claimakkoord met Oostenrijk werd gelijkgesteld aan een expliciet akkoord, wat de verplichting tot behandeling bevestigt.
Verder concludeerde de rechtbank dat de pushbacks in Oostenrijk een specifieke situatie betrof uit eind 2020 en dat er geen bewijs is dat deze nog steeds plaatsvinden of dat Dublinclaimanten hierdoor worden getroffen. De rechtbank zag geen reden om de prejudiciële vragen over het vertrouwensbeginsel af te wachten en bevestigde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel hier van toepassing is.
De conclusie is dat de staatssecretaris de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld en het beroep ongegrond is verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.