Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser], eiser,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
)
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse Unieburger, is sinds 2017 herhaaldelijk veroordeeld voor diverse strafbare feiten, waaronder diefstal met geweld, en kreeg in 2021 een ISD-maatregel opgelegd. Verweerder beëindigde daarop het EU-verblijfsrecht van eiser en verklaarde hem ongewenst vanwege zijn gedrag dat een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde.
Eiser voerde aan dat de gronden voor beëindiging onjuist en onvoldoende gemotiveerd waren, dat zijn strafbare feiten gering waren en dat de ISD-maatregel ook andere problematiek betrof. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht rekening hield met het totaalbeeld van de strafbare feiten, de ISD-maatregel en het recidiverisico.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat zijn gedrag was verbeterd en dat zijn persoonlijke omstandigheden geen reden gaven om het verblijfsrecht te handhaven. Ook was het besluit voldoende gemotiveerd en was het horen in bezwaar terecht achterwege gebleven. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het EU-verblijfsrecht en de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.