ECLI:NL:RVS:2018:259
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling actuele bedreiging openbare orde door vreemdeling met eerdere veroordelingen
De staatssecretaris heeft een vreemdeling een inreisverbod van tien jaar opgelegd vanwege eerdere veroordelingen, waaronder een gevangenisstraf van 30 maanden voor poging tot doodslag en een latere veroordeling wegens verblijf terwijl hij ongewenst was verklaard. De rechtbank had het bezwaar van de vreemdeling gegrond verklaard en de besluiten vernietigd, omdat volgens de rechtbank onvoldoende was aangetoond dat de vreemdeling een actuele bedreiging voor de openbare orde vormde.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de ernst van het misdrijf en het ontbreken van een positieve gedragsverandering rechtvaardigen dat de bedreiging nog steeds actueel is. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de situatie deugdelijk had gemotiveerd, waarbij rekening werd gehouden met de aard en ernst van het delict, het tijdsverloop sinds het plegen daarvan en het ontbreken van verantwoordelijkheid door de vreemdeling.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat bij de beoordeling van een actuele bedreiging voor de openbare orde een integrale weging van feiten en omstandigheden noodzakelijk is, waarbij een algemene praktijk of vermoeden niet volstaat.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd wegens actuele bedreiging voor de openbare orde.