ECLI:NL:RBDHA:2023:9885
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vrijheidsontnemende maatregel in vreemdelingenrechtelijke procedure
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende vreemdeling, is op Schiphol aangehouden en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig was en dat nu alleen het voortduren sinds die datum ter beoordeling staat. Eiser voerde aan dat de maatregel langer duurt dan noodzakelijk en dat verweerder geen belangenafweging heeft gemaakt na het toewijzen van een voorlopige voorziening. De rechtbank oordeelt dat verweerder het grensbewakingsbelang zwaar mag laten meewegen en dat eiser geen individuele omstandigheden heeft aangevoerd die het voortduren onrechtmatig maken.
Verder heeft verweerder de belangenafweging wel gemaakt en toegelicht, hoewel niet schriftelijk vastgelegd, wat volgens de rechtbank voldoende is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.