ECLI:NL:RBDHA:2023:8120
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige grensdetentie door capaciteitsproblemen IND
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgeheven op 4 april 2023, waarna de rechtbank zich beperkte tot de vraag of de tenuitvoerlegging onrechtmatig was en of schadevergoeding toekomt.
De rechtbank stelde vast dat de screening van de asielaanvraag van eiser conform een nieuwe werkinstructie pas drie dagen na het aanmeldgehoor plaatsvond, terwijl dit voorheen binnen één dag gebeurde. Deze vertraging was het gevolg van structurele capaciteitsproblemen bij de IND. De rechtbank oordeelde dat deze capaciteitsproblemen niet voor rekening en risico van eiser mogen komen, omdat grensdetentie slechts voor een zo kort mogelijke termijn is toegestaan.
De rechtbank achtte de vrijheidsontnemende maatregel daarom onrechtmatig vanaf 3 april 2023, de dag na de termijn waarbinnen de screening had moeten plaatsvinden. Voor twee dagen onrechtmatige detentie kende de rechtbank een schadevergoeding van €200 toe. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was vanaf 3 april 2023 en kent een schadevergoeding van € 200 toe.