ECLI:NL:RBDHA:2023:9919
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking arbeid als zelfstandige. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat eiser niet voldeed aan het documentatievereiste, waaronder het ontbreken van een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, onvoldoende onderbouwing van vakinhoudelijke expertise en een ondernemingsplan zonder gedegen markt- en concurrentieanalyse.
Eiser voerde in beroep aan dat verweerder buiten zijn bevoegdheid trad door de stukken inhoudelijk te toetsen en dat het ontbreken van een KvK-inschrijving niet relevant was omdat hij in het buitenland verblijft. De rechtbank oordeelde dat verweerder slechts heeft beoordeeld of de aanvraag voldoende was onderbouwd, wat binnen zijn bevoegdheid valt, en dat het ontbreken van een KvK-inschrijving een gegrond bezwaar is.
Verder concludeerde de rechtbank dat het ondernemingsplan onvoldoende specifiek was toegespitst op de eigen dienst en dat essentiële exploitatiegegevens en bewijsstukken over meerdere jaren ontbraken. Ook was de vakinhoudelijke expertise onvoldoende onderbouwd met objectief verifieerbare documenten zoals diploma's of referenties.
Gezien deze tekortkomingen was het niet nodig om advies te vragen aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat over het wezenlijk Nederlands belang. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning zelfstandige wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.