ECLI:NL:RBDHA:2023:9943

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 juli 2023
Publicatiedatum
8 juli 2023
Zaaknummer
NL23.12498
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit staatssecretaris

Verzoeker, van Russische nationaliteit, heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 24 april 2023, waarbij uitzetting is bevolen. Tegelijkertijd verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat de uitzetting niet zou plaatsvinden totdat op het beroep zou zijn beslist.

De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Echter, aangezien het hoofdberoep bij uitspraak van dezelfde dag ongegrond is verklaard, is er geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te kennen.

Daarom wijst de rechtbank het verzoek om de voorlopige voorziening af. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en is onherroepelijk, daartegen staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.12498

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum]
van Russische nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J. Sinnema)
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. M.P. Gaal-de Groot).

Procesverloop

Bij beroepschrift van 25 april 2023 heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het besluit van de staatssecretaris van 24 april 2023. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL23.12497.
Bij verzoekschrift van 25 april 2023 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het beroep is beslist.
Bij uitspraak van heden is het beroep ongegrond verklaard.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Aangezien het beroep met zaaknummer NL23.12497 bij uitspraak van heden ongegrond is verklaard, bestaat er geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
3. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening dient om die reden te worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.