ECLI:NL:RBDHA:2023:9948
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag en proceskostenveroordeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 18 februari 2022. Inmiddels heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het besluit op 12 januari 2023 ingewilligd. Hierdoor is het beroep tegen het niet tijdig beslissen feitelijk overtollig geworden en verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Eiser verzocht tevens om schadevergoeding ter hoogte van €1.442, gelijk aan de vermeende bestuursdwangsom die aan hem toegekend zou zijn indien de rechtbank eerder had beslist. De rechtbank oordeelt dat het niet vaststellen van verbeurde dwangsommen geen schade oplevert en wijst het verzoek af. Tevens wijst de rechtbank erop dat het betoog dat de Tijdelijke wet strijdig zou zijn met artikel 47 van Pro het EU Handvest niet wordt gevolgd, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Omdat het beroep terecht is ingesteld tegen het niet tijdig beslissen, veroordeelt de rechtbank de verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank motiveert de lichte wegingsfactor vanwege de beperkte aard van het beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50.