Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen de door het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning op een bestaand bedrijfsgebouw. Het bouwplan overschrijdt de maximale goot- en nokhoogte volgens de beheersverordening, maar het college heeft de vergunning verleend op grond van de kruimelgevallenregeling uit het Besluit omgevingsrecht.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het bouwplan als bijbehorend bouwwerk kan worden aangemerkt en dat het niet voldoen aan de gemeentelijke beleidsregels niet betekent dat de vergunning niet kan worden verleend. Stedenbouwkundig is het plan aanvaardbaar geacht door de commissie Welstand en de stedenbouwkundig adviseur.
Verder is de bezonningsstudie beoordeeld en is geoordeeld dat de schaduwhinder niet onaanvaardbaar is, ook al is de winterperiode niet onderzocht vanwege de beperkte zonuren. De privacybezwaren zijn eveneens onvoldoende om de vergunning tegen te houden, mede door maatregelen zoals matglas en het ontbreken van ramen aan de zijde van de woning van verzoekers.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit naar verwachting in het bodemgeding stand zal houden en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. De vergunning mag worden gebruikt en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.