ECLI:NL:RBDHA:2023:9969
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en risico indirect refoulement
Eiseres, van Chinese nationaliteit, diende op 4 december 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat zij in 2016 al een asielverzoek in Oostenrijk had ingediend, dat was afgewezen. Nederland stelde op grond van de Dublinverordening vast dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag en nam deze niet in behandeling.
Eiseres voerde aan dat zij bij terugkeer naar Oostenrijk risico loopt op indirect refoulement naar China vanwege haar lidmaatschap van een christelijke stroming die onder druk staat. De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiseres aannemelijk moet maken dat het beschermingsbeleid in Oostenrijk evident en fundamenteel verschilt van dat in Nederland.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet had aangetoond dat het Oostenrijkse beleid wezenlijk afwijkt, noch dat de Oostenrijkse rechter haar niet zal beschermen. Ook ontbrak bewijs dat Oostenrijk zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft buiten behandeling omdat Oostenrijk verantwoordelijk is.