ECLI:NL:RBDHA:2024:10038
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening en overdracht naar Roemenië
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van hun aanvragen. De rechtbank heeft de beroepen op 18 juni 2024 behandeld en beoordeelt of het niet in behandeling nemen rechtmatig is.
Eisers stelden dat zij in Roemenië onmenselijk zijn behandeld en dat de asielprocedure aldaar niet voldoet aan internationale normen, onder meer vanwege detentieomstandigheden, taalbarrières en discriminatie. Ook wezen zij op medische klachten en het belang van minderjarige kinderen. De staatssecretaris verwees naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel en stelde dat er geen sprake is van structurele tekortkomingen in Roemenië die een overdracht verbieden.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is en dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij overdracht aan Roemenië een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het EU-Handvest. De medische dossiers tonen geen onomkeerbare verslechtering bij overdracht aan. Ook het belang van de minderjarige kinderen weegt niet zwaarder dan het belang van overdracht. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de overdracht aan Roemenië blijft in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de overdracht aan Roemenië blijft in stand.