ECLI:NL:RVS:2023:4844
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van interstatelijk vertrouwensbeginsel bij Dublinoverdracht aan Roemenië en risico op pushbacks
De zaak betreft een Soedanese vreemdeling die een asielaanvraag deed in Nederland, maar van wie de aanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Roemenië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk werd geacht. De vreemdeling stelde dat hij bij overdracht aan Roemenië een reëel risico liep op onrechtmatige verwijdering naar Servië zonder behandeling van zijn asielverzoek, in strijd met fundamentele rechten.
De rechtbank oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico liep op een schending van zijn rechten. De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij wordt verondersteld dat Roemenië de Dublinclaimant op correcte wijze behandelt.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog uitgebreid de rapporten van AIDA en KlikAktiv, die melding maken van pushbacks aan de buitengrens van Roemenië naar Servië, maar niet van onrechtmatige verwijderingen van Dublinclaimanten die vanuit andere lidstaten aan Roemenië worden overgedragen. Tevens is in de Roemeense wetgeving een procedure gewaarborgd waarbij asielaanvragen binnen vijf dagen worden beoordeeld, met mogelijkheid tot beroep.
De Raad concludeert dat er geen zwaarwegende systeemfout is die het interstatelijk vertrouwensbeginsel weerlegt en dat de vreemdeling geen reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 4 EU Pro Handvest en artikel 3 EVRM Pro. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.