Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 juni 2024 in de zaak tussen
Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A., uit Nijmegen, eiseres
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, het college
.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 18 juni 2024 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke geschil tussen Coöperatie Mobilisation for the Environment en het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland over de intrekking van natuurvergunningen voor twee elektriciteitscentrales op de Maasvlakte te Rotterdam.
Eiseres verzocht het college om intrekking van de vergunningen die in 2008 waren verleend voor de exploitatie van deze centrales, vanwege de stikstofdepositie die bijdraagt aan de verslechtering van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het college wees dit verzoek af met het argument dat intrekking geen passende maatregel zou zijn omdat de vergunde depositie gering is en geen aantoonbare verbetering binnen afzienbare termijn oplevert.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking van de vergunningen wel degelijk een passende maatregel is volgens artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn, ongeacht de omvang van de stikstofdepositie. Het college had bovendien moeten toelichten welke andere passende maatregelen worden getroffen om de noodzakelijke stikstofdaling binnen afzienbare termijn te realiseren. Omdat het college dit niet heeft gedaan, wordt het bestreden besluit vernietigd en moet een nieuw besluit worden genomen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het college tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering en transparantie bij besluiten over natuurvergunningen in het kader van de Wet natuurbescherming en de Habitatrichtlijn.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over het verzoek tot intrekking van de natuurvergunningen.