Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een AOW-uitkering voor alleenstaande, maar deze werd door verweerder afgewezen en een AOW voor gehuwden toegekend. Eiser voert aan dat hij duurzaam gescheiden leeft van zijn geregistreerd partner sinds 2015, met gescheiden huishoudens en financiële lasten, en slechts sporadisch contact.
De rechtbank beoordeelt aan de hand van vaste jurisprudentie en beleidscriteria of sprake is van duurzaam gescheiden leven. Dit vereist dat ten minste één van de partners de huwelijkse samenleving wil verbreken, zij een afzonderlijk leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat deze situatie als blijvend wordt bedoeld.
Uit de feitelijke omstandigheden blijkt dat eiser en zijn partner nog sociale banden onderhouden die niet uitsluitend noodzakelijk zijn, zoals gezamenlijke activiteiten, overnachtingen en contact. Dit wijkt af van duurzaam gescheiden leven. Daarom oordeelt de rechtbank dat verweerder terecht de aanvraag voor een AOW voor alleenstaande heeft afgewezen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter C.G. Meeder op 31 mei 2024.