ECLI:NL:RBDHA:2024:10100
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 12 april 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft deze maatregel eerder getoetst en op 3 mei 2024 het eerste beroep afgewezen. Na afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond op 8 mei 2024 heeft de staatssecretaris de bewaring verlengd. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde of de bewaring sinds 26 april 2024 rechtmatig was. Eiser stelde dat hij de beslissing op zijn asielberoep en voorlopige voorziening in vrijheid mocht afwachten, maar de rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is omdat eiser rechtmatig verblijf heeft en niet uitgezet wordt. De rechtbank verwierp het betoog dat eiser de beslissing in vrijheid mag afwachten.
Eiser voerde aan dat zijn asielaanvraag kansrijk is en niet louter is ingediend om zijn vertrek te vertragen. De rechtbank stelde dat het niet aan de bewaringsrechter is om de kansrijkheid van de aanvraag te beoordelen en dat de staatssecretaris op redelijke gronden mocht aannemen dat de aanvraag was ingediend om vertrek uit te stellen.
De rechtbank vond geen grond om de rechtmatigheid van de maatregel te betwijfelen en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.