Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
20 juni 2024 in de zaken tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser(gemachtigde: A.F.M.J. Verhoeven),
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder,
de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
- verklaart het beroep met zaaknummer SGR 22/7922 ongegrond;
- verklaart de beroepen met de zaaknummers SGR 22/7920 en SGR 22/7921 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar die betrekking hebben op de zaaknummers
- vernietigt de naheffingsaanslag met betrekking tot zaaknummer SGR 22/7920;
- vermindert de naheffingsaanslag ten aanzien van zaaknummer
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 167;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 333;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.060;
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 184 aan eiser te vergoeden;
- draagt de Staat en verweerder op om de toegekende vergoedingen en het griffierecht te betalen op een bankrekening die op naam staat van eiser;
- bepaalt dat de termijn voor de vergoeding van wettelijke rente gaat lopen vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak, dan wel, indien dit een later gelegen datum is, vier weken na de datum waarop opgaaf is gedaan van een bankrekening op naam van eiser.