Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Kameroense asielzoeker geboren in 2005, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij België als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.
Eiser betoogt dat overdracht aan België zal leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro vanwege het tekort aan opvangplekken voor niet-kwetsbare asielzoekers in België. Hij vreest materiële deprivatie en dakloosheid. De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België geldt, ook voor niet-kwetsbare meerderjarige mannen, ondanks erkende tekortkomingen in de opvang.
De rechtbank oordeelt dat de situatie in België niet vergelijkbaar is met die in Griekenland en dat de opvangvoorzieningen, waaronder nood- en daklozenopvang en medische en juridische voorzieningen, voldoende zijn om geen fundamentele systeemfout aan te nemen. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om in België klachten in te dienen indien problemen optreden. De staatssecretaris heeft terecht geen toepassing gegeven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.