ECLI:NL:RVS:2024:896
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de asielaanvraag van een Angolese vreemdeling niet in behandeling, omdat België op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet deugdelijk was gemotiveerd en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in.
De Raad van State beoordeelde de opvangcapaciteit en toegang tot opvang in België, waarbij werd vastgesteld dat er weliswaar tekortkomingen zijn, zoals een wachtlijst en beperkte opvang voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen, maar dat er geen sprake is van een fundamentele systeemfout die het interstatelijk vertrouwensbeginsel ondermijnt.
De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris terecht van het vertrouwensbeginsel uitgaat en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een situatie in strijd met artikel 4 EU Pro-Handvest en artikel 3 EVRM Pro. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.