Deze uitspraak betreft het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Eerder had de rechtbank een termijn van zes weken opgelegd waarbinnen een besluit moest worden genomen, maar verweerder is hier niet aan voldaan.
De rechtbank constateert dat eiser verweerder op 25 oktober 2023 schriftelijk in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien de wettelijke termijn van twee weken is verstreken zonder dat een besluit is genomen. Hierdoor is het beroep gegrond verklaard. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van acht weken op, waarbij rekening is gehouden met het belang van zorgvuldige besluitvorming en het lange tijdsverloop sinds de eerdere uitspraak.
Daarnaast wordt verweerder een dwangsom van € 200,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 437,50, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.C. Kampschuur op 5 februari 2024, en is openbaar bekendgemaakt. Eiser kan tegen deze uitspraak binnen vier weken beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.