ECLI:NL:RBDHA:2024:10208

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 februari 2024
Publicatiedatum
2 juli 2024
Zaaknummer
NL23.33814
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis asiel

Verzoeker heeft beroep ingesteld omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis asiel. Tijdens de procedure heeft de verweerder alsnog een besluit genomen op de aanvraag, waarna verzoeker zijn beroep heeft ingetrokken en proceskostenvergoeding heeft gevorderd.

De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 437,50, inclusief vergoeding van het griffierecht.

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting omdat dit in deze zaak niet noodzakelijk is. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en bekendgemaakt op 26 februari 2024.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50 wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.33814
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. G.J. Dijkman),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 25 oktober 2023 beroep ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf ‘nareis asiel’ (hierna: de aanvraag).
Op 13 december 2023 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op de aanvraag.
Verzoeker heeft zijn beroep ingetrokken en vraagt om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verweerder heeft laten weten zich niet te verzetten tegen een veroordeling in de proceskosten tot een bedrag van € 437,50.

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1
De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank verweerder bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
3. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit op de aanvraag te nemen. De rechtbank veroordeelt verweerder daarom in de door verzoeker gemaakte proceskosten.
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
4. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5). Voor de vaststelling van de wegingsfactor sluit deze zittingsplaats (weer) aan bij hetgeen andere zittingsplaatsen van de rechtbank Den Haag doen. Zij hanteert een wegingsfactor van 0,5, zoals vermeld in onderdeel C1 bij het Bpb. Voor zover het een beroep tegen het niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken betreft, verwijst deze zittingsplaats niet langer naar de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 4 september 2023.2
5. Verweerder moet ook het door verzoeker betaalde griffierecht vergoeden.3

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Kampschuur, griffier.
3 Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
26 februari 2024

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven