ECLI:NL:RBDHA:2024:10210
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvragen als kennelijk ongegrond
Verzoekers, samen met hun minderjarige kinderen, hebben beroep ingesteld tegen twee afzonderlijke besluiten van 25 januari 2023 waarin hun asielaanvragen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid als kennelijk ongegrond zijn afgewezen. Zij hebben tevens verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Tegelijkertijd met deze uitspraak zijn de hoofdberoepen behandeld in zaaknummers NL23.2475 en NL23.2477, waarbij de rechtbank de beroepen heeft afgewezen.
Gezien de afwijzing van het beroep acht de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en wijst dit af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvragen is afgewezen.