Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De aanvraag werd ingediend op 7 augustus 2023, en verweerder heeft de beslistermijn met drie maanden verlengd. Eiser stelde verweerder op 9 februari 2024 in gebreke, waarna hij tijdig beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is.
De rechtbank wijst een beslistermijn van acht weken toe waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek noodzakelijk is en schriftelijk aan eiser wordt meegedeeld. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 7.500,- voor overschrijding van deze termijn.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van € 437,50 toegekend wegens inschakeling van professionele juridische hulp en wordt het betaalde griffierecht vergoed. De rechtbank benadrukt dat een aanhouding van het beroep niet passend is omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen wegneemt.