ECLI:NL:RBDHA:2024:10316
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waarna de rechtbank buiten zitting uitspraak doet.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank legt een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen, omdat in deze situatie sprake is van een bijzonder geval. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen en proceskosten, inclusief vergoeding van het griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier A.S. Hamans op 4 juli 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.