ECLI:NL:RBDHA:2024:10320
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond verzet tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag en toewijzing proceskosten
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag het verzet van opposant tegen een eerdere uitspraak over het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag gegrond verklaard. De rechtbank stelde vast dat de minister van Asiel en Migratie sinds 16 mei 2024 de asielaanvraag van opposant heeft ingewilligd, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet langer ontvankelijk is.
Opposant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de coronapandemie vanaf 16 maart 2020 tot overmacht leidde, terwijl dit slechts gold tot 16 mei 2020. De rechtbank volgde deze redenering en verklaarde het verzet gegrond. Tevens werd geoordeeld dat de bestuursrechter niet bevoegd is om de hoogte van rechterlijke dwangsommen te beoordelen.
De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van proceskosten van €656,25 aan opposant, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de lichte wegingsfactor vanwege de aard van het geschil. De uitspraak werd buiten zitting gedaan en is op 4 juli 2024 gepubliceerd.
Uitkomst: Verzet gegrond verklaard, beroep niet-ontvankelijk en minister veroordeeld tot betaling van proceskosten.