ECLI:NL:RBDHA:2024:10381
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buitenbehandelingstelling opvolgende asielaanvraag wegens ontbrekende informatie gegrond verklaard
Eisers dienden op 7 februari 2024 een opvolgende asielaanvraag in, die de staatssecretaris op 14 februari 2024 buiten behandeling stelde wegens het ontbreken van essentiële informatie, waaronder gespreksverslagen van DT&V en bewijsstukken over een dreiging vanuit een organisatie. Eisers betoogden dat de staatssecretaris ten onrechte geen uitstel verleende voor het aanleveren van stukken en dat de wijziging van het land van terugkeer een nieuw feit vormde.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris onterecht eisers verwijt de gespreksverslagen niet te hebben overgelegd, aangezien deze documenten door de staatssecretaris zelf opgevraagd hadden moeten worden vanwege de samenwerkingsplicht. De rechtbank verwijst naar het arrest LH van het Hof van Justitie van de EU, waarin is bepaald dat de samenwerkingsplicht ook geldt bij opvolgende asielaanvragen.
Verder stelt de rechtbank vast dat het niet duidelijk is of de terugkeerverplichting nu op Jordanië rust in plaats van Libië, en dat dit feit op zichzelf voldoende is om de aanvraag inhoudelijk te behandelen. De staatssecretaris heeft dit niet beoordeeld. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tevens in de proceskosten van eisers ten bedrage van €1.750. De overige beroepsgronden worden niet behandeld omdat het beroep gegrond is verklaard op hoofdlijnen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen.