ECLI:NL:RBDHA:2024:10382
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstand met terugwerkende kracht in echtscheidingssituatie
Eiseres vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en verzocht om toekenning met terugwerkende kracht vanaf 21 april 2022, de datum waarop haar ex-partner de woning zou hebben verlaten. Verweerder kende bijstand toe vanaf 13 juni 2022, de datum van de aanvraag, en legde de verplichting op om partneralimentatie te vorderen van de ex-partner.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke regel is dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Eiseres stelde dat zij door onjuiste informatie van verweerder en problemen met haar Digid niet eerder kon aanvragen, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank acht niet aannemelijk dat eiseres niet eerder had kunnen aanvragen en wijst het beroep af. Ook de opgelegde verplichting tot het vorderen van partneralimentatie is volgens de rechtbank terecht en voldoende gemotiveerd. De rechtbank kent geen proceskosten toe aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en bijstand wordt toegekend vanaf de aanvraagdatum 13 juni 2022 zonder terugwerkende kracht.