ECLI:NL:RBDHA:2024:10383
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat overplaatsing naar België risico op ernstige materiële deprivatie inhoudt
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van 25 april 2024 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat België verantwoordelijk werd geacht. Eiser, Iraaks staatsburger, stelde dat de detentie- en leefomstandigheden in België in strijd zijn met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest, en verwees naar recente rapporten die een verslechterde opvangsituatie schetsen.
De rechtbank constateerde dat het aantal personen op de wachtlijst voor opvang in België sinds de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 13 maart 2024 fors is gestegen van 2.513 naar 3.900 in mei 2024. Ondanks een toename van reguliere opvangplekken, is er een chronisch tekort aan nood- en daklozenopvang, wat leidt tot ernstige fysieke en mentale gezondheidsproblemen bij asielzoekers. De rechtbank stelde vast dat eiser bij terugkeer naar België buiten zijn schuld terechtkomt in een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte zonder nader onderzoek kon uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep is daarom gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder veroordeeld in de proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen vanwege gebrek aan connexiteit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt vernietigd.