ECLI:NL:RBDHA:2024:10384
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat terugzending naar België leidt tot onaanvaardbare materiële deprivatie voor asielzoeker
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser, een asielzoeker met de Gambiaanse nationaliteit, gegrond verklaard tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag niet in behandeling te nemen omdat België verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening.
Eiser stelde dat hij bij overdracht aan België een reëel risico loopt op een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie, in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest. De rechtbank concludeerde dat verweerder onterecht zonder nader onderzoek uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en onvoldoende rekening hield met de recente verslechteringen in de opvangsituatie in België.
De rechtbank baseerde zich op recente rapporten, waaronder het AIDA-rapport (update 2023) en het rapport “niet-opvangbeleid”, waaruit blijkt dat het aantal asielzoekers op de wachtlijst sterk is gestegen en dat er een chronisch tekort is aan nood- en daklozenopvangplaatsen. Dit leidt tot ernstige fysieke en mentale gezondheidsproblemen en beperkte toegang tot medische en juridische bijstand.
Hoewel de Belgische autoriteiten niet onverschillig zijn, is de situatie voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen niet verbeterd en dreigen zij buiten hun schuld in een situatie van ernstige materiële deprivatie te belanden. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-in-behandeling-neming wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivatie.