ECLI:NL:RBDHA:2024:10471
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang na vertrek vreemdeling
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende op 18 april 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 2 mei 2024 af als ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De zitting vond plaats op 12 juni 2024, waarbij noch eiser noch zijn gemachtigde aanwezig waren.
De gemachtigde van eiser meldde op 11 juni 2024 dat hij geen contact meer had met eiser en dat eiser zich na vrijlating uit vreemdelingenbewaring niet had gemeld voor opvang. De staatssecretaris bevestigde dit standpunt en stelde dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken, waardoor hij geen procesbelang meer had.
De rechtbank overwoog dat bij vertrek met onbekende bestemming de vooronderstelling geldt dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op inhoudelijke behandeling van zijn beroep. Omdat eiser geen contact meer had met zijn gemachtigde en niet meer in Nederland verblijft, concludeert de rechtbank dat het procesbelang ontbreekt.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij de vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Emaus en griffier F.E. Brokke op 4 juli 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.