ECLI:NL:RBDHA:2024:10542
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen plaatsing in Handhaving- en Toezichtlocatie wegens gewelddadig gedrag
Eiser werd op 23 mei 2024 door het COa geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen vanwege een incident op 22 mei 2024 waarbij hij gloeiend heet water over zijn kamergenoot gooide en deze vervolgens uitschold. De kamergenoot liep brandwonden op en moest naar het ziekenhuis. De minister legde een vrijheidsbeperkende maatregel op die eiser verplicht binnen een bepaald gebied te blijven.
Eiser voerde aan dat hij het slachtoffer was van agressie door zijn kamergenoot en dat hij zich slechts verdedigde, maar de rechtbank vond zijn verklaring onvoldoende en tegenstrijdig met verklaringen van COa-medewerkers en de kamergenoot. Ook was eiser onder invloed van alcohol tijdens het incident.
Het COa had een uitgebreid feitenonderzoek uitgevoerd en stelde dat eiser al vaker negatief was opgevallen, waaronder eerdere HTL-maatregelen en incidenten. De rechtbank vond dat het COa voldoende gemotiveerd had besloten tot plaatsing in de HTL en dat de vrijheidsbeperkende maatregel terecht was opgelegd.
De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel werden ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen het plaatsingsbesluit staat hoger beroep open, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de plaatsing in de HTL en de vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond.