ECLI:NL:RBDHA:2024:10549
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Kroatië
Eiser, een Eritrese asielzoeker, diende op 2 december 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, nadat Kroatië het verzoek tot terugname had aanvaard.
Eiser betwistte dit besluit en voerde aan dat zijn achternaam onjuist was geregistreerd in Kroatië, dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege systematische tekortkomingen en pushbacks in Kroatië, en dat bijzondere individuele omstandigheden (artikel 17 Dublinverordening Pro) een behandeling in Nederland rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken en dat de recente jurisprudentie bevestigt dat Kroatië zijn verplichtingen nakomt. Ook waren de individuele omstandigheden niet voldoende onderbouwd. De naamwijziging kon niet worden toegewezen omdat de registratie in Eurodac leidend is.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. De staatssecretaris handelde op goede gronden door de asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Kroatië verantwoordelijk is.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.