Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Ambtshalve toetsing
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 18 juni 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij betwist de rechtmatigheid van deze maatregel en stelt dat voorafgaand aan de bewaring had moeten worden onderzocht of hij detentiegeschikt is, vanwege moeizame communicatie.
De rechtbank oordeelt dat de medische zorg in detentie gelijkwaardig is aan die in de vrije maatschappij en dat er geen aanwijzingen zijn dat eiser detentieongeschikt is. De minister heeft als zware gronden voor bewaring genoemd dat eiser zich mogelijk aan toezicht zal onttrekken, niet meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en al jarenlang in Nederland verblijft zonder vaste woon- of verblijfplaats.
Eiser stelt dat een lichter middel, zoals een meldplicht, passend zou zijn, maar de rechtbank vindt dat de minister dit voldoende heeft gemotiveerd en dat het risico op ontduiking van toezicht aanwezig is. Ook is het onderzoek naar uitzetting naar Groot-Brittannië voortvarend en is er zicht op uitzetting.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.