ECLI:NL:RBDHA:2024:10580
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belangenafweging en verwijderingsmaatregel bij geen rechtmatig verblijf Unieburger
Eiser, een Poolse Unieburger, werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verwijderingsmaatregel opgelegd omdat hij geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft op grond van het Unierecht. De staatssecretaris maakte een belangenafweging waarbij het belang van de Nederlandse samenleving zwaarder woog dan het individuele belang van eiser om te blijven.
Eiser voerde aan dat hij de afgelopen jaren in Nederland heeft gewerkt, voor zijn dochter zorgt en dat de belangenafweging onzorgvuldig was. Tevens stelde hij dat de verwijderingsmaatregel in strijd is met het lex certa-beginsel omdat niet duidelijk is hoe hij zijn verblijf daadwerkelijk en effectief kan beëindigen. De rechtbank oordeelde dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden voldoende heeft meegewogen, waaronder het ontbreken van economische activiteiten en sociale bindingen van eiser met Nederland.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en stelde dat verweerder voldoende informatie heeft verstrekt over de beëindiging van het verblijf. De rechtbank zag geen aanleiding voor prejudiciële vragen en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.