ECLI:NL:RVS:2020:412
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit staatssecretaris over verblijfsrecht gemeenschapsonderdanen wegens ontbreken belangenafweging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had bij besluit van 14 november 2017 vastgesteld dat de vreemdelingen geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer hadden en een aanvraag om een verblijfsdocument afgewezen. De vreemdelingen maakten bezwaar tegen deze besluiten, dat bij besluit van 19 oktober 2018 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen tegen deze besluiten eveneens ongegrond.
De vreemdelingen stelden in hoger beroep dat de staatssecretaris ten onrechte geen belangenafweging had gemaakt voorafgaand aan het besluit om het verblijfsrecht te beëindigen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris verplicht was een belangenafweging te maken, waarbij onder meer gekeken moet worden naar de duur van het verblijf, persoonlijke omstandigheden en de aard van de problemen.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 19 oktober 2018, verklaarde het hoger beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. Tevens werd bepaald dat het door de vreemdelingen betaalde griffierecht vergoed moet worden.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens het ontbreken van een vereiste belangenafweging, en de proceskosten worden aan de vreemdelingen vergoed.