ECLI:NL:RBDHA:2024:10581
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsrecht op grond van duurzame relatie met EU-burger
Eiser, met de Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument als partner van een EU-burger, maar de staatssecretaris wees dit af wegens onvoldoende bewijs van een duurzame relatie. De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft aangetoond dat hij en de referente gedurende zes maanden een gezamenlijke huishouding voerden en feitelijk samenwoonden.
De rechtbank weegt de overgelegde stukken, waaronder verklaringen, foto’s, betalingsbewijzen en aankoopbonnen, maar deze zijn onvoldoende om de discrepanties in woonadressen weg te nemen. De verklaringen over verschillende adressen en het ontbreken van consistente bewijsvoering leiden tot het oordeel dat geen duurzame relatie is aangetoond.
Verder acht de rechtbank nader onderzoek of het horen van partijen niet noodzakelijk, omdat verweerder meerdere malen gelegenheid heeft gegeven om stukken aan te leveren en eiser hier onvoldoende gebruik van heeft gemaakt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van connexiteit.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van een duurzame relatie en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.