ECLI:NL:RBDHA:2024:10626
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning arbeid
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor het verrichten van arbeid in loondienst. Dit bezwaar is door de minister van Asiel en Migratie ongegrond verklaard bij besluit van 6 oktober 2023. Verzoeker stelde vervolgens beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer AWB 23/12937), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.