ECLI:NL:RBDHA:2024:10640

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juli 2024
Publicatiedatum
10 juli 2024
Zaaknummer
NL24.26769
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 lid 3 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard

Eiser, een Marokkaanse vreemdeling geboren in 2005, is sinds 26 juni 2023 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder heeft de rechtbank op 1 juli 2024 geïnformeerd over het voortduren van deze maatregel, wat gelijkgesteld wordt met een beroep van eiser tegen deze voortzetting.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt om zijn uitzetting te realiseren, met name omdat er geen contact zou zijn geweest met de Spaanse autoriteiten over de beschikbaarheid van zijn paspoort. Verweerder heeft echter aangetoond dat er sinds april 2024 meerdere contacten zijn geweest met Spaanse en Marokkaanse autoriteiten en dat een kopie van het paspoort is verkregen.

De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende voortvarend handelt en dat het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.26769

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en
de minister van Asiel en Migratie, daaronder mede begrepen diens rechtsvoorgangers, verweerder
(gemachtigde: mr. H. Toonders).

Procesverloop

Verweerder heeft op 26 juni 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Verweerder heeft de rechtbank op 1 juli 2024 in kennis gesteld van het voortduren van de maatregel van bewaring. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
Daarnaar gevraagd heeft verweerder op 4 juli 2024 een reactie op de beroepsgronden van eiser ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten op 5 juli 2024.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2005 en stelt de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraken ten grondslag ligt, rechtmatig was. [2] Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds 23 april 2024.
4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt aan de
uitzetting van eiser. Uit het dossier blijkt niet dat er contact is geweest met de Spaanse autoriteiten over de beschikbaarheid van eisers paspoort en of het paspoort aan de Nederlandse autoriteiten ter beschikking kan worden gesteld. Nu een (kopie van) een paspoort een spoedige uitzetting mogelijk maakt, had van verweerder mogen worden verwacht dat hij hier contact over heeft gehad. Ten aanzien van het zicht op uitzetting refereert eiser zich aan het oordeel van de rechtbank.
5. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat
verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Uit het voortgangsrapport volgt dat in april 2024 navraag is gedaan bij de Spaanse autoriteiten in het kader van een identiteitsonderzoek en dat dit ertoe heeft geleidt dat een kopie van eisers paspoort is verkregen. Op 19 april 2024 is deze kopie naar de Marokkaanse vertegenwoordiging van Amsterdam verzonden. In zijn brief van 4 juli 2024 heeft verweerder toegelicht dat navraag bij de Spaanse autoriteiten over de aanwezigheid van eisers originele paspoort in Spanje niet heeft geleid tot een positieve reactie. Uit het dossier blijkt verder dat verweerder sinds 23 april 2024 driemaal heeft gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten en drie vertrekgesprekken met eiser heeft gevoerd. Gelet hierop werkt verweerder voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser naar Marokko.
6. Ook de ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat het voortduren van de
maatregel van bewaring in de te beoordelen periode op enig moment onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 8 juli 2024 door mr. dr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Uitspraken van 12 februari 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:1886) en 24 april 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:6463).