ECLI:NL:RBDHA:2024:10669
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende motivering emotionele afhankelijkheid
Eiser, een Azerbeidzjaanse nationaliteit dragende man, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij zijn moeder, een Nederlandse staatsburger, te verblijven. De minister wees dit verzoek af omdat volgens hem geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro. Eiser stelde dat zijn moeder emotioneel afhankelijk van hem is vanwege haar slechte lichamelijke en psychische gezondheid, onderbouwd met medische verklaringen.
De rechtbank constateerde dat de minister in het bestreden besluit niet adequaat is ingegaan op de door eiser en zijn moeder gestelde emotionele afhankelijkheid en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze geen bijkomende elementen van afhankelijkheid vormen. Hierdoor is het besluit niet deugdelijk gemotiveerd in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak onderstreept het belang van een zorgvuldige belangenafweging en motivering bij beslissingen over verblijfsvergunningen op grond van familie- en gezinsleven.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de emotionele afhankelijkheid.