ECLI:NL:RBDHA:2024:1070
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding bezwaarkosten toegekend ondanks lagere werkelijke kosten
Eiseres maakte bezwaar tegen een besluit van verweerder waarin een bedrag te veel ontvangen uitkering werd teruggevorderd. In het bestreden besluit werd het bezwaar gegrond verklaard en het terug te betalen bedrag verlaagd, maar werd geen vergoeding voor bezwaarkosten toegekend omdat geen sprake zou zijn van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Eiseres stelde beroep in tegen het niet toekennen van deze vergoeding. Verweerder gaf in het verweerschrift aan alsnog een vergoeding toe te kennen conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). De rechtbank volgde dit standpunt en kende een forfaitaire vergoeding toe, ondanks dat de werkelijke kosten hoger waren dan het toegekende bedrag.
Eiseres verzocht ook om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en psychisch leed, maar de rechtbank wees dit af vanwege gebrek aan onderbouwing en omdat de termijn niet was overschreden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover daarin de vergoeding van bezwaarkosten was geweigerd en veroordeelde verweerder tot betaling van een vergoeding van € 1.248,- voor de bezwaarfase, € 875,- aan proceskosten voor de beroepsfase en het griffierecht van € 50,-. Het beroep werd kennelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van bezwaarkosten en proceskosten conform Awb en Bpb.