ECLI:NL:RBDHA:2024:10700
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.
Sinds 27 januari 2023 is het besluit WBV 2023/3 van kracht, dat de beslistermijnen voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt. Eiser betwist dat de verlenging op hem van toepassing is en stelt dat verweerder de beslistermijn niet geldig heeft verlengd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van de inwerkingtreding van WBV 2023/3 een situatie bestond als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet. Omdat eiser zijn aanvraag op 1 oktober 2023 heeft ingediend, valt deze onder de verlengde beslistermijn tot uiterlijk 1 januari 2025. De ingebrekestelling van 17 april 2024 is daardoor te vroeg ingediend.
Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van beroep wegens niet tijdig beslissen volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.