ECLI:NL:RBDHA:2024:10709
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang asielzoeker
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de beëindiging van zijn opvang door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), nadat zijn asielaanvraag op 16 januari 2023 als kennelijk ongegrond was afgewezen. De voorzieningenrechter beoordeelt of het verzoek om een voorlopige voorziening om de opvang te behouden in afwachting van de bezwaarprocedure in aanmerking komt.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het besluit van 16 januari 2023 een meeromvattende beschikking is die van rechtswege leidt tot het beëindigen van de verstrekkingen, waaronder opvang. De mededeling van het COA van 13 juni 2024 is geen zelfstandig besluit waartegen rechtsmiddelen openstaan. Verzoeker heeft een medische rapportage overgelegd waarin wel lichamelijke en psychische klachten zijn vastgesteld, maar geen acute medische noodsituatie die opvangverlenging rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die het COA verplichten de opvang voort te zetten. Verzoeker kan wel aanspraak maken op voortgaande medisch noodzakelijke zorg. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging van de opvang wordt afgewezen.