ECLI:NL:RBDHA:2024:10826
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning
Verweerder heeft bij beschikking de WOZ-waarde van de woning vastgesteld op €297.000 voor het kalenderjaar 2022, waartegen eiser bezwaar maakte. Na een uitspraak op bezwaar die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde eiser beroep in bij de rechtbank Den Haag.
Eiser voerde aan dat de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld en verwees naar een eigen woningwaarderapport met een lagere waarde van €281.000. Daarnaast stelde eiser dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met specifieke objectkenmerken zoals een brandgang, de ligging nabij het spoor, gedateerde voorzieningen en mogelijke overlast door een ondergrondse afvalcontainer.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, onder meer door het gebruik van een waardematrix met vergelijkingsobjecten en een taxatieverslag. De door verweerder gehanteerde methode hield voldoende rekening met de verschillen tussen de woning en vergelijkingsobjecten. De stellingen van eiser werden door verweerder voldoende weersproken.
De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat de WOZ-waarde en de daarop gebaseerde aanslagen terecht waren vastgesteld. Er was geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Arts op 10 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €297.000 wordt ongegrond verklaard.