De rechtbank Den Haag heeft op 31 januari 2024 uitspraak gedaan over het beroep van eiser tegen een toegangsweigering en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, had op 21 oktober 2023 asiel aangevraagd in Nederland, waarna de maatregel werd opgelegd. De rechtbank beoordeelde of deze besluiten rechtmatig waren.
De rechtbank constateerde dat eiser geen beroepsgronden had aangevoerd tegen de toegangsweigering, waardoor dit beroep ongegrond werd verklaard. Ten aanzien van de vrijheidsontnemende maatregel oordeelde de rechtbank dat er voldoende zicht was op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn. De aanvraag van een laissez-passer door verweerder bij de Marokkaanse autoriteiten werd als voortvarend handelen beschouwd, ondanks het ontbreken van een reactie van die autoriteiten.
Eiser had zijn paspoort zelf weggegooid, waardoor hij niet zonder meer kon reizen. De rechtbank vond dat verweerder voldoende inspanningen had verricht, onder meer door het starten van de lp-aanvraag en het voeren van een vertrekgesprek met eiser. Er was geen aanleiding om een lichter middel toe te passen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.