Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het verloop van de procedure
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 1 juli 2024;
- het gewijzigde verzoekschrift met bijlage, ontvangen op 5 juli 2024.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling om een machtiging te verkrijgen voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die verblijft in een gesloten groep bij een jeugdinstelling. De minderjarige vertoont positieve ontwikkelingen, maar er is nog sprake van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die een gesloten verblijf noodzakelijk maken.
De kinderrechter hield een zitting met gesloten deuren waarbij de moeder aanwezig was, terwijl de minderjarige en vader niet verschenen. De moeder stemde in met het verzoek en gaf aan dat de minderjarige op de ochtend van de zitting was weggelopen, wat haar zorgen baarde. De advocaat van de minderjarige gaf aan dat de minderjarige liever thuis wil zijn en niet naar een open groep wil, maar verwees verder naar het oordeel van de kinderrechter.
De kinderrechter oordeelde dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is om te voorkomen dat de minderjarige zich onttrekt aan de hulp en dat minder ingrijpende maatregelen onvoldoende zijn. Gezien de complexiteit van de situatie en de noodzaak om patronen te doorbreken, is het belang van de minderjarige gediend met een machtiging voor drie maanden, met het oog op een geleidelijke terugkeer naar huis.
De beschikking verleent de machtiging voor gesloten jeugdhulp van 9 juli 2024 tot 9 oktober 2024, met de kanttekening dat de machtiging slechts gebruikt hoeft te worden zolang dat nodig is. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Machtiging voor gesloten jeugdhulp verleend voor drie maanden met het oog op geleidelijke terugkeer naar huis.