ECLI:NL:RBDHA:2024:1091
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderbijslag onder overgangsregeling Nederland-Marokko vanwege niet voldoen onderhoudsbijdrage
Eiser heeft kinderbijslag aangevraagd voor zijn kind dat in Marokko woont, maar de Sociale verzekeringsbank heeft dit geweigerd op grond van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko (NMV). Volgens het NMV bestaat sinds 2 januari 2021 geen recht meer op kinderbijslag voor kinderen die in Marokko wonen, tenzij de rechthebbende op 1 januari 2021 reeds kinderbijslag ontving en aan de voorwaarden voldeed.
Eiser stelde dat de erkenningsprocedure in Marokko door de coronapandemie was vertraagd en dat hij daarom onterecht werd uitgesloten van de overgangsregeling. Hij voerde aan dat hij vanaf de geboorte van het kind in overwegende mate voor het kind zorgde en dat beleidsregels en het non-discriminatiebeginsel in zijn voordeel spreken. Verweerder stelde dat eiser op 1 januari 2021 niet voldeed aan de vereiste onderhoudsbijdrage van €433 per kwartaal en dat erkenning geen terugwerkende kracht heeft.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke criteria strikt zijn en dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij op 1 januari 2021 aan de onderhoudsbijdrage voldeed. De geboortedatum van het kind en de vertraging in de erkenningsprocedure zijn niet relevant voor de toepassing van het NMV. Ook het beroep op beleidsregels en het vertrouwensbeginsel faalde. Daarom is het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van €1.750,- aan eiser. Het beroep tegen het bestreden besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het was vervangen door het gewijzigde besluit.
Uitkomst: Eiser heeft geen recht op kinderbijslag onder de overgangsregeling NMV omdat hij op 1 januari 2021 niet voldeed aan de onderhoudsbijdrage.