ECLI:NL:CRVB:2025:195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag voor zoon woonachtig in Marokko wegens niet voldoen onderhoudseis
Appellant vroeg kinderbijslag aan voor zijn zoon die in Marokko woont. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde dit over het tweede kwartaal van 2021 tot en met het tweede kwartaal van 2022 omdat appellant niet voldeed aan de onderhoudseis over het eerste kwartaal van 2021. Hierdoor is het overgangsrecht uit het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko niet van toepassing.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Appellant stelde dat vanwege de coronapandemie maatwerk had moeten worden toegepast en dat hij alle kosten voor zijn zoon heeft gedragen, ondanks de reisbeperkingen.
De Raad oordeelt dat het overgangsrecht alleen geldt als er op 1 januari 2021 recht op kinderbijslag bestond en dat de hoofdregel is dat geen kinderbijslag wordt uitgekeerd voor kinderen die in Marokko wonen. De door appellant gestelde bijzondere omstandigheden leiden niet tot een onredelijk bezwarend besluit. Een beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en handhaaft de weigering van kinderbijslag over de genoemde periode. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens niet voldoen aan de onderhoudseis en het niet toepassen van het overgangsrecht.