Eiser, die de Oekraïense nationaliteit stelt te bezitten, heeft aan de grens asiel aangevraagd en is op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Deze maatregel is op 11 maart 2024 opgeheven. Eiser betoogt dat hij onterecht in grensdetentie is geplaatst, mede omdat hij visumvrij zou zijn en onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) recht zou hebben op toegang tot Nederland.
De rechtbank stelt vast dat eiser via het Verenigd Koninkrijk in Rotterdam is aangekomen, waardoor de grenscontrole aan de buitengrens van het Schengengebied plaatsvond. Het aan de grens aanvragen van asiel maakt toepassing van de grensprocedure en de vrijheidsontnemende maatregel mogelijk. Verweerder heeft voldoende tijd gekregen om het asielverzoek te onderzoeken, waaronder het horen van eiser, en heeft de maatregel binnen twee dagen na het aanmeldgehoor opgeheven.
De rechtbank oordeelt dat het feit dat eiser Oekraïense nationaliteit heeft, niet betekent dat verweerder geen onderzoek mag doen naar zijn identiteit en omstandigheden. Ook de mogelijke toepassing van de RTB is onderzocht. Er is geen sprake van onrechtmatigheid in de tenuitvoerlegging van de maatregel. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding worden daarom ongegrond verklaard.